ECLI:NL:CRVB:2013:764
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen afwijzing verband long- en gewrichtsklachten met internering
Appellante, geboren in 1942 in Nederlands-Indië, werd erkend als burger-oorlogsslachtoffer vanwege haar internering in kamp Bangkinang tijdens de Japanse bezetting, waarbij psychische klachten werden toegeschreven aan deze periode. Zij vorderde toeslagen en vergoedingen op grond van de Wubo, waaronder een vergoeding voor huishoudelijke hulp en maatschappelijke deelname.
Het bestreden besluit wees het bezwaar van appellante af dat haar long- en gewrichtsklachten verband houden met de internering. De Raad baseerde zich op medische adviezen van twee geneeskundige adviseurs die stelden dat de longklachten het gevolg zijn van astmatische bronchitis, een constitutionele aandoening, en de gewrichtsklachten degeneratief en constitutioneel van aard zijn. Blootstelling aan giftige stoffen in het kamp werd niet als oorzaak geaccepteerd.
De Raad oordeelde dat het besluit deugdelijk was voorbereid en voldoende gemotiveerd, en dat er geen objectieve medische gegevens waren die het standpunt van verweerder konden weerleggen. Het beroep op omgekeerde bewijslast werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit dat haar long- en gewrichtsklachten niet verband houden met haar internering wordt ongegrond verklaard.