ECLI:NL:CRVB:2013:865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voortzetting Wajong-uitkering bij remigratie ouders naar Chili
Appellant, bekend met schizofrenie, dyspraxie en dysfasie, ontvangt sinds 2004 een Wajong-uitkering en werkt 24 uur per week in WSW-dienstverband. Hij verzocht in 2009 om toestemming om met behoud van de uitkering naar Chili te remigreren, waar zijn ouders naartoe willen terugkeren. Het UWV beëindigde de uitkering bij vertrek uit Nederland, omdat geen onbillijkheid van overwegende aard werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij voor verzorging afhankelijk is van zijn ouders en dat de remigratie van zijn ouders noodzakelijk is vanwege hun leeftijd en gezondheid. Hij betoogde dat de hardheidsclausule van artikel 17 Wajong Pro toegepast had moeten worden.
De Raad overwoog dat het exportverbod van de Wajong-uitkering uitgangspunt is en dat de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen geldt. De remigratie van de ouders bleek gebaseerd op eigen keuze en niet op een objectieve en dwingende noodzaak. Het UWV had de situatie zorgvuldig beoordeeld en geen zwaarwegende redenen voor toepassing van de hardheidsclausule gevonden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Wajong-uitkering bij verhuizing naar Chili bevestigd.