ECLI:NL:CRVB:2013:869

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 juli 2013
Publicatiedatum
5 juli 2013
Zaaknummer
11-1307 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda inzake de Wajong-uitkering. Tijdens de procedure wijzigde het UWV haar standpunt en erkende dat appellant sinds zijn 18e volledig arbeidsongeschikt is. Op basis hiervan nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar.

Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten.

De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 Beroepswet Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in het bezwaar kan worden veroordeeld in de proceskosten. Gezien het gewijzigde standpunt van het UWV en het ingetrokken hoger beroep, veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op € 2.360,--.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant ten bedrage van € 2.360,--.

Uitspraak

11/1307 WAJONG
Datum uitspraak: 5 juli 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 12 januari 2011, 10/1230 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E.M.A. Leijser, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 24 oktober 2012 heeft het Uwv meegedeeld dat het standpunt van het Uwv is gewijzigd en dat alsnog ervan wordt uitgegaan dat appellant sinds 1 maart 2002 arbeidsongeschikt is en vanaf het 18de jaar om medische redenen volledig arbeidsongeschikt wordt geacht in het kader van de Wajong.
De Raad heeft het Uwv verzocht om binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, gebaseerd op het gewijzigde standpunt.
Het Uwv heeft op 15 januari 2013 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Onder gegrond verklaring van het bezwaar tegen de primaire beslissing van 21 oktober 2009, is beslist dat appellant vanaf zijn 18e jaar recht heeft op een Wajong-uitkering, gebaseerd op een volledige arbeidsongeschiktheid.
Bij brief van 6 februari 2013 heeft mr. R.A.H. van Huijgevoort, kantoorgenoot van
mr. Leijser, namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat mr. Van Huijgevoort namens appellant het hoger beroep heeft ingetrokken omdat het Uwv bij besluit van 15 januari 2013 grotendeels aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen, en dat namens appellant een verzoek om veroordeling van het Uwv in de proceskosten is gedaan.
Nu het Uwv niet heeft betwist dat aldus aan appellant is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 944,-- in bezwaar, € 944,-- in beroep en € 472,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 2.360,--.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.360,--.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2013.
(getekend) J.W. Schuttel
(getekend) P.A.M. Hulsdouw
eh