ECLI:NL:CRVB:2013:899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding restant vordering WWB wegens niet voldoen aan voorwaarden
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Maastricht om kwijtschelding van het restant van een openstaande vordering die zij sinds 1997 met maandelijkse inhoudingen op haar bijstandsuitkering aflost. Het college wees dit verzoek af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarde uit het Nieuw Debiteurenbeleid WWB c.a. 2008 dat minimaal de helft van de vordering moet zijn afgelost.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en overwoog dat het college bevoegd is om terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand te doen en dat het debiteurenbeleid een redelijke invulling geeft aan de mogelijkheid om kwijtschelding te verlenen.
Appellante voerde aan dat zij door prioritering van andere vorderingen benadeeld werd en dat haar financiële situatie schrijnend is, maar de Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzondere omstandigheden vormen die afwijken van het beleid rechtvaardigen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van het restant van de openstaande vordering wordt afgewezen omdat niet aan de voorwaarden is voldaan.