ECLI:NL:CRVB:2013:903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door auto op naam appellant
Appellant ontving bijstand sinds 2002 en meldde in 2010 de aankoop van een auto. Kort daarna stond een andere auto, een Mercedes, op zijn naam met een geschatte waarde van €12.000, wat de vermogensgrens overschreed. Het college schortte en trok daarop de bijstand in. Appellant stelde dat de Mercedes niet zijn bezit was, maar van een kennis die in Engeland verbleef en de auto zou verschepen naar Afrika.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het kentekenbewijs op naam van appellant de redelijke veronderstelling rechtvaardigt dat de auto tot zijn vermogen behoort. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de auto niet tot zijn vermogen behoorde. De verklaring van de kennis was summier en ongedateerd, en er ontbraken verifieerbare gegevens over de financiering. Ook de stelling dat appellant geen sleutel had en de auto in een garage stond, was onvoldoende.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank dat de bijstand terecht was ingetrokken wegens overschrijding van de vermogensgrens. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De bijstand is terecht ingetrokken omdat de auto op naam van appellant de vermogensgrens overschrijdt.