ECLI:NL:CRVB:2013:904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijkheid verblijfplaats
Appellante ontving bijstand sinds april 2010 en stond ingeschreven op een adres in de GBA. Vanaf 2 december 2010 was haar verblijfplaats volgens de GBA onbekend. Na een huisbezoek op 25 februari 2011 bleek zij toch aanwezig op het oude adres, maar had zij zich niet tijdig ingeschreven.
Het college trok de bijstand over de periode van 2 december 2010 tot en met 28 februari 2011 in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college ten onrechte de bijstand had ingetrokken. De Raad oordeelde dat het college mocht afgaan op de GBA-gegevens en dat appellante onvoldoende controleerbare bewijsstukken had overgelegd om deze te weerleggen. Het niet tijdig melden van de gezamenlijke huishouding vormde eveneens een grond voor intrekking.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.