Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aanvallen uitspraak;
- wijst het verzoek om toekenning van schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, sinds 1996 werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, werd in 2008 geplaatst als beheermedewerker op een ambassade. De minister maakte in december 2010 het voornemen bekend om de plaatsing voortijdig te beëindigen vanwege tekortkomingen in het functioneren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beëindiging onvoldoende was onderbouwd en dat hij niet zonder toestemming handelde bij de aanschaf van een UPS.
De Raad oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat appellant zonder bevoegdheid de UPS had besteld, maar stelde vast dat de samenwerking met een technisch medewerker ernstig was verslechterd en dat appellant zonder toestemming een trampolinedoek had verzonden met een diplomatieke zending. Ondanks wisselend beleid ten aanzien van privégoederen was het voor appellant duidelijk dat hij zonder toestemming handelde.
De Raad concludeerde dat de minister in redelijkheid het dienstbelang kon laten prevaleren en de plaatsing voortijdig mocht beëindigen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van gronden.
Uitkomst: De plaatsing van appellant wordt voortijdig beëindigd wegens tekortschieten in functioneren en ongeoorloofd handelen, zonder toekenning van schadevergoeding.