ECLI:NL:CRVB:2013:975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maximale premie vaststelling vrijwillige AOW/ANW verzekering ondanks hypotheekrente
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de premie voor de vrijwillige AOW/ANW verzekering over de jaren 2001 tot en met 2003, omdat volgens hem onvoldoende rekening was gehouden met de door hem betaalde hypotheekrente en de fiscale verhuisregeling. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had de premie vastgesteld op het maximum omdat het inkomen van appellant hoger was dan het maximum belastbare bedrag.
De rechtbank had eerder de besluiten van de Svb vernietigd wegens onvoldoende toepassing van de verhuisregeling, waarna de Svb nieuwe besluiten nam die de bezwaren van appellant opnieuw ongegrond verklaarden. Appellant stelde in hoger beroep dat de hypotheekrente en de verhuisregeling onvoldoende waren meegenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn inkomen lager was dan het maximum, mede omdat hij onvoldoende informatie gaf over de feitelijke bewoning van het onroerend goed en niet had gereageerd op vragen van de Svb. Ook als alle betaalde hypotheekrente in mindering zou worden gebracht, zou het inkomen nog steeds boven het maximum liggen.
Daarom bevestigde de Raad de eerdere uitspraak dat de maximale premie terecht was vastgesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de maximale premie voor de vrijwillige AOW/ANW verzekering terecht is vastgesteld.