ECLI:NL:CRVB:2013:989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante had een WGA-uitkering toegekend gekregen op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 76%. Na bezwaar stelde het UWV dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en trok de uitkering per 14 februari 2011 in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld.
Appellante voerde aan dat haar lage rugklachten, polymyalgia rheumatica en de gevolgen van een mammacarcinoom onvoldoende waren meegewogen, maar kon dit niet met medische gegevens onderbouwen. De arbeidsdeskundigen concludeerden dat de belastbaarheid in geschikte functies niet werd overschreden. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten zonder nieuwe medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de gronden afdoende had gemotiveerd en dat er geen nieuwe objectieve medische gegevens waren die aanleiding gaven tot een andere beoordeling. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de WGA-uitkering en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WGA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige beperkingen.