ECLI:NL:CRVB:2013:BY7639

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-4778 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door appellant

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden, maar dit hoger beroep vervolgens ingetrokken. Betrokkene heeft daarop verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het hoger beroep door appellant is ingetrokken en heeft op grond van artikel 21a van de Beroepswet besloten appellant te veroordelen in de proceskosten van betrokkene. De proceskosten zijn begroot op € 437,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

De Raad wees de door betrokkene gevraagde proceskosten voor de procedure in beroep af, omdat de rechtbank appellant reeds in de proceskosten had veroordeeld en betrokkene zelf geen hoger beroep had ingesteld tegen die uitspraak. De uitspraak is gedaan door rechter Ch. van Voorst op 2 januari 2013.

Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 437,- na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

11/4778 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 8 juli 2011, 10/1854 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[A. te B. ] (betrokkene)
Datum uitspraak: 2 januari 2013
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 2 augustus 2012 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 5 september 2012 is door mr. L. Stormezand, werkzaam bij [betrokkene], namens betrokkene aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan.
De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 437,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De door betrokkene gevraagde proceskosten voor de procedure in beroep kunnen niet worden toegewezen. De rechtbank heeft appellant in de aangevallen uitspraak veroordeeld in de proceskosten in beroep en betrokkene heeft zelf geen hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. De door de rechtbank uitgesproken proceskostenveroordeling valt daarom buiten de grenzen van het geding in hoger beroep.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 437,-.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2013.
(getekend) Ch. van Voorst
(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen