ECLI:NL:CRVB:2013:BY8142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van voldoende procesbelang bij intrekking WAO-uitkering
Appellant had een WAO-uitkering toegekend gekregen met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, die per 1 juni 2008 werd ingetrokken op grond van een vermeende arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen, omdat het oorspronkelijke besluit niet op een deugdelijke medische grondslag was gebaseerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij volledig arbeidsongeschikt is, maar het UWV stelde op arbeidskundige gronden vast dat de uitkering ongewijzigd bleef. De Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve de vraag of appellant voldoende procesbelang had bij het hoger beroep, aangezien het nieuwe besluit de uitkering ongewijzigd liet.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van een medische grondslag in het nieuwe besluit geen voldoende procesbelang oplevert voor appellant om hoger beroep te voeren tegen de eerdere uitspraak. Bovendien staat het appellant vrij om bij toekomstige beoordelingen nieuwe medische en arbeidskundige bezwaren aan te voeren.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van voldoende procesbelang.