ECLI:NL:CRVB:2013:BY9152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens latere toekenning Wajong-uitkering
Appellante ontving vanaf december 2008 bijstand op grond van de WWB. Later werd vastgesteld dat zij met terugwerkende kracht vanaf september 2008 een Wajong-uitkering ontving die hoger was dan de bijstand. Het college vorderde daarom de kosten van bijstand over de periode december 2008 tot juni 2009 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij het teruggevorderde bedrag reeds volledig had verrekend met haar Wajong-uitkering, waardoor de terugvordering onterecht zou zijn.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58 WWB Pro, omdat de Wajong-uitkering betrekking had op de bijstandsperiode. Hoewel er verrekeningen hadden plaatsgevonden, was het UWV pas vanaf november 2009 bedragen gaan inhouden ter compensatie. Het college had bovendien nadien teveel verrekende bedragen hersteld en aan appellante terugbetaald.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de terugvordering terecht was en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het terugvorderingsbesluit van het college wordt bevestigd.