ECLI:NL:CRVB:2013:BY9278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.H. Bel
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking nabestaandenuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving een nabestaandenuitkering die werd ingetrokken omdat zij een gezamenlijke huishouding voert met een kostganger, waarbij geen sprake is van verzorging van een hulpbehoevende. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde na onderzoek vast dat de relatie tussen appellante en de kostganger verder ging dan een commerciële relatie, mede op basis van een huisbezoek en ingevulde checklist.
Appellante voerde aan dat de Svb altijd op de hoogte was van de situatie en dat zij mocht vertrouwen op voortzetting van de uitkering. De Raad oordeelde echter dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan en de situatie niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet.
De Raad bevestigde dat de uitkering terecht is ingetrokken met ingang van 1 juli 2009 en dat appellante onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven over haar woon- en leefsituatie. De Svb heeft bovendien rekening gehouden met belangen van appellante door de intrekking niet met terugwerkende kracht toe te passen. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de nabestaandenuitkering wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder verzorging van een hulpbehoevende wordt bevestigd.