ECLI:NL:CRVB:2013:BY9358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging tussentijds ontslag wegens schending hoorplicht
Betrokkene was als docent Engels tijdelijk werkzaam bij de stichting en kreeg op 17 november 2009 tussentijds ontslag wegens ongeschiktheid. De stichting stelde dat de spoed van de situatie het horen van betrokkene voorafgaand aan het ontslag onmogelijk maakte. De rechtbank oordeelde echter dat de hoorplicht ernstig was geschonden en dat betrokkene onvoldoende kans had gekregen zijn functioneren te verbeteren.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad stelde vast dat de stichting betrokkene onvoorbereid met het ontslagbesluit confronteerde zonder hem de mogelijkheid te bieden zijn zienswijze kenbaar te maken, in strijd met artikel 4:8 Awb Pro en artikel 9.b.8 van de CAO VO. De stelling van de stichting dat sprake was van een uitzonderingssituatie wegens spoed werd verworpen.
De Raad vond het voorstelbaar dat handhaving van betrokkene in zijn lestaken medio november 2009 niet langer verantwoord was, maar zag geen reden waarom hij niet tijdelijk van zijn taken kon worden ontheven tijdens de procedure. Daarom kon de schending van de hoorplicht niet worden hersteld in de bezwaarprocedure. De uitspraak van de rechtbank Almelo werd bevestigd, inclusief de toekenning van salaris over de periode van het onterecht ontslag.
Uitkomst: Het tussentijds ontslagbesluit wordt vernietigd vanwege ernstige schending van de hoorplicht.