ECLI:NL:CRVB:2013:BY9370
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek erkenning burger-oorlogsslachtoffer Wubo
Appellante, geboren in 1942 in Nederlands-Indië, verzocht meerdere malen om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Na een eerste afwijzing in 2003 en daaropvolgende herzieningsverzoeken in 2007, 2010 en 2011, werd ook het laatste verzoek afgewezen vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding zouden geven het eerdere besluit te herzien.
De Raad overwoog dat de verklaringen van betrokkenen onvoldoende specifiek waren om aannemelijk te maken dat appellante direct betrokken was bij ongeregeldheden tijdens de Bersiap-periode in Bandoeng. Bovendien kon de erkenning van een ander familielid als burger-oorlogsslachtoffer niet automatisch leiden tot erkenning van appellante, omdat de toelatingscriteria verschillen.
Gelet op het discretionaire karakter van de herzieningsbevoegdheid en het ontbreken van nieuwe relevante feiten, verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees het verzoek tot herziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening van de afwijzing als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen.