ECLI:NL:CRVB:2013:BY9380

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-4491 AOR
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R. Kooper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herhaalde aanvraag periodieke uitkering op grond van Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens termijnoverschrijding bezwaar

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 juli 2012 van de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR), waarin zijn hernieuwde aanvraag voor een periodieke uitkering werd afgewezen. Verweerder oordeelde dat appellant geen bewijs had geleverd dat hij oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR had meegemaakt.

Appellant diende een bezwaarschrift in op 5 mei 2012, ontvangen op 8 mei 2012, waarmee de wettelijke termijn van zes weken was overschreden. Als reden voor de te late indiening voerde appellant een miscommunicatie aan tussen zijn GGZ-begeleider en psychiater, ondersteund door een verklaring van GGZ-Friesland over afwezigheid van de hoofdbehandelaar.

De Commissie verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verontschuldigbare reden. De Raad overwoog dat appellant binnen de termijn een summier bezwaarschrift had kunnen indienen en later de gronden aanvullen, en dat geen omstandigheden bewezen waren die hem verhinderden tijdig bezwaar te maken.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door R. Kooper op 24 januari 2013.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

12/4491 AOR
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak in het geding tussen
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (verweerder)
Datum uitspraak: 24 januari 2013
PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 17 juli 2012, kenmerk 0003620/CAOR (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2012. Daar is appellant verschenen, bijgestaan door zijn zoon [C.]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.H.G. Belleflamme en mr. R.L.M.J. Gielen.
OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Bij besluit van 28 februari 2012 heeft verweerder afwijzend beslist op de hernieuwde aanvraag van appellant om aan hem op grond van de AOR in aanmerking te brengen voor onder meer een periodieke uitkering. In dat verband heeft verweerder overwogen dat appellant ook nu geen gegevens heeft overgelegd die kunnen bevestigen dat hij oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR heeft meegemaakt.
1.2. Appellant heeft tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend, gedateerd 5 mei 2012 en door verweerder ontvangen op 8 mei 2012. Daarmee is de wettelijke termijn om bezwaar te maken overschreden. Als reden voor de termijnoverschrijding heeft appellant gewezen op een miscommunicatie tussen zijn begeleider van de GGZ en de psychiater. Blijkens een verklaring van de GGZ-Friesland werd de hoofdbehandelaar in de van belang zijnde periode weggeroepen in verband met familieomstandigheden.
1.3. Verweerder heeft het bezwaar van appellant bij het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe is overwogen dat de bezwaartermijn van zes weken is overschreden en dat appellant geen verontschuldigbare reden voor de termijnoverschrijding heeft opgegeven.
2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd overweegt de Raad als volgt.
2.1. De termijn voor het maken van bezwaar bedraagt zes weken. Vast staat dat deze termijn is overschreden. Om deze reden dient de niet-ontvankelijkheid te worden uitgesproken tenzij blijkt van verschoonbaarheid als bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Met verweerder moet worden geoordeeld dat de door appellant opgegeven oorzaak van de termijnoverschrijding geen grond oplevert voor verschoonbaarheid. Appellant had binnen de termijn een summier bezwaarschrift kunnen indienen. De gronden van dat bezwaar had hij dan op een later moment, al dan niet met hulp van de GGZ-behandelaar, kunnen aanvullen. Ook overigens is niet gebleken dat appellant buiten staat is geweest om binnen de daarvoor geldende termijn bezwaar te maken. Verweerder heeft het bezwaar dus terecht niet-ontvankelijk verklaard.
2.2. Het beroep moet ongegrond worden verklaard.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2013.
(getekend) R. Kooper
(getekend) M.R. Schuurman