ECLI:NL:CRVB:2013:BY9628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid van 45-55%
Appellant, werkzaam als schoonmaker, viel uit wegens rugklachten door een aangeboren afwijking. Na een loongerelateerde WGA-uitkering werd vastgesteld dat hij vanaf 20 augustus 2009 recht had op een WGA-vervolguitkering, berekend op 45-55% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zijn beperkingen door een auto-ongeval en andere klachten onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel. De Raad stelde vast dat de medisch specialisten appellant grondig hadden onderzocht, rekening hielden met zijn aangeboren rugafwijking en dat het auto-ongeval slechts een gering effect had. De Functionele Mogelijkheden Lijst en het arbeidskundig rapport gaven voldoende inzicht in de belastbaarheid.
Appellant had zijn stellingen in hoger beroep niet met objectieve medische gegevens onderbouwd. De Raad zag geen reden een deskundige te benoemen of het besluit te wijzigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant recht heeft op een WGA-vervolguitkering op basis van 45-55% arbeidsongeschiktheid.