ECLI:NL:CRVB:2013:BY9632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant, voormalig kok, meldde zich ziek met suikerziekte en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na onderzoek door verzekeringsarts en psychiater werd vastgesteld dat er geen psychiatrische stoornis was en dat appellant slechts beperkte beperkingen had, vooral psychisch en door diabetes. Het UWV besloot geen recht op uitkering toe te kennen.
Appellant maakte bezwaar en bracht aanvullende medische informatie in, waaronder rapporten van een fysiotherapeut. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de beperkingen niet zodanig waren dat deze tot andere functies of een uitkering leidden. De rechtbank Utrecht wees het beroep af, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om de beperkingen te betwijfelen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er wel degelijk aanvullende medische gegevens waren en dat de rechtbank geen oordeel had gegeven over een specifieke functie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de medische informatie juist had beoordeeld, dat de aanvullende gegevens geen aanleiding gaven tot twijfel en dat appellant onvoldoende onderbouwing gaf. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.