ECLI:NL:CRVB:2013:BY9827

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-6302 WIA-VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:81 AwbArt. 8:86 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering wegens ontbreken actueel financieel spoedeisend belang

Verzoeker heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen waarbij hem een voorschot op een WIA-uitkering zou worden toegekend vanwege ernstige financiële problemen.

De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het UWV zijn besluit om de WIA-uitkering niet toe te kennen op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag heeft genomen. Verzoeker heeft aangevoerd dat zijn financiële situatie problematisch is doordat hij niet kan werken en zijn partner onvoldoende inkomsten heeft, maar heeft niet voldoende gemotiveerd waarom hij zelf geen inkomsten heeft en waarom hij geen bijstandsuitkering heeft aangevraagd.

Gezien de omstandigheden en de gezondheidsproblematiek van verzoeker acht de voorzieningenrechter de zaak niet geschikt voor behandeling door de voorzieningenrechter. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een voorschot op een WIA-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een actueel financieel spoedeisend belang.

Uitspraak

12/6302 WIA-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening
Partijen:
[A. te B.]
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 25 januari 2013.
PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. S.W.C. Bonnet, advocaat, een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 januari 2013. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. Bonnet. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J.G. Linderman.
OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet in verbinding met 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter, indien tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, op verzoek gedaan door een partij in de hoofdzaak een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. De voorzieningenrechter verwijst voor de relevante feiten en de standpunten van partijen naar de dossierstukken en naar de uitspraak van de rechtbank van 14 oktober 2011, 11/1071.
3. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat hem een voorschot op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) wordt toegekend, dan wel om een andere passende maatregel te treffen. Verzoeker heeft te kennen gegeven dat hij in ernstige financiële problemen verkeert.
4. De voorzieningenrechter komt tot het volgende oordeel.
4.1. Ter zitting heeft verzoeker uiteengezet waarom hij van mening is dat hem per 12 oktober 2010 ten onrechte geen WIA-uitkering is toegekend. Het Uwv heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat zijn besluit van 29 april 2010, waarbij hij zijn besluit van 29 april 2011 heeft gehandhaafd, op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berust. Verzoeker wenst toepassing van artikel 8:86 van Pro de Awb.
4.2. Verzoeker heeft in het verzoekschrift alsmede ter zitting betoogd dat zijn pregnante financiële situatie is ontstaan doordat hij geen arbeid kan verrichten en zijn partner onvoldoende inkomsten genereert waarmee het gezin van hem en zijn partner kan rondkomen. Bovendien, zo is ter zitting gebleken, is er sprake van een betalingsregeling met het Uwv en de Belastingdienst. De situatie heeft er voor verzoeker onder meer toe geleid dat hij de behandeling wegens psychische klachten heeft moeten staken.
4.3. Voor het aanwezig achten van een actueel financieel spoedeisend belang is verzoekers betoog, zoals weergegeven in 4.2, ontoereikend gemotiveerd, nu onduidelijk is gebleven waarom verzoeker zelf verstoken is (gebleven) van enige inkomsten. Desgevraagd heeft verzoeker ter zitting te kennen gegeven dat hij geen bijstandsuitkering heeft aangevraagd. Verzoeker heeft voorts niet kunnen verklaren waarom een dergelijke aanvraag niet is gedaan.
4.4. Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting en voor het onderhavige geding ten overvloede diene dat, gelet op hetgeen door partijen is aangevoerd, verband houdend met de bij verzoeker aanwezige gezondheidsproblematiek, de onderhavige procedure zich in dit geval niet leent voor een behandeling door de voorzieningenrechter.
4.5. Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zal worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2013.
(getekend) T. Hoogenboom
(getekend) D. Heeremans
KR