ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens schending inlichtingenverplichting alleenstaande ouder
Appellante ontvangt bijstand als alleenstaande ouder en leverde het rechtmatigheidsformulier (rmf) over juni 2009 niet volledig en tijdig in, doordat zij de ontvangen alleenstaande ouderkorting niet vermeldde. Het college legde daarop een verlaging van de bijstand met 5% voor een maand op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante voerde aan dat zij het rmf wel tijdig had ingeleverd en dat het college al op de hoogte was van de alleenstaande ouderkorting, waardoor de maatregel onterecht was. De Raad oordeelde dat de verplichting tot maandelijkse opgave van de korting blijft gelden, ook als het college hiervan op de hoogte is, vanwege de noodzaak tot een goede uitvoering van de wet.
Verder stelde appellante dat ziekte haar verhinderde het formulier tijdig in te leveren, maar zij onderbouwde dit niet met medische bewijsstukken. Het telefoongesprek wees bovendien op andere redenen voor het late indienen. De Raad concludeerde dat de verlaging van de bijstand conform de geldende verordening terecht is opgelegd en dat geen grond bestaat voor een lichtere maatregel of afzien daarvan.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 5% voor een maand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.