ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet-meewerken aan trajectplan
Appellant ontvangt sinds 9 juli 2008 bijstand op grond van de WWB. Hij heeft op 22 juli 2009 een trajectplan ondertekend bij een instantie gericht op arbeidsinschakeling. Het college heeft zijn bijstand op 3 februari 2010 met 30% verlaagd wegens onvoldoende gebruik van de voorziening. Vervolgens heeft het college bij besluit van 16 juni 2010 de bijstand met 100% verlaagd voor een maand omdat appellant niet is verschenen voor het leerwerktraject.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat persoonlijke omstandigheden, zoals het faillissement en de executoriale verkoop van zijn woning, hem verhinderden om afspraken na te komen. De Raad oordeelde echter dat appellant niet heeft kunnen aantonen dat hij tijdig afmeldde en dat hij zonder bericht niet is verschenen op de afspraken. Het college was daarom terecht gehouden de bijstand te verlagen volgens de geldende verordening.
De Raad stelde vast dat de persoonlijke omstandigheden van appellant al in het traject waren meegenomen en dat de eerdere verlaging van 30% hem had moeten wijzen op de gevolgen van niet-meewerken. De Raad bevestigde daarom het besluit van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand bevestigd.