ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV weigerde deze omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. In eerste aanleg werd dit besluit bevestigd. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen, met name aan knie en rug en haar psychische klachten, onvoldoende waren meegewogen. Zij bracht medische stukken in, waaronder een verklaring over spondylolisis en een neuroloograpport over een slaapstoornis.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beperkingen van appellante correct waren weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 2 december 2009, waarin zowel psychische als lichamelijke beperkingen waren opgenomen. De Raad vond geen objectieve medische stukken die meer beperkingen aantonen dan het UWV aannam. Bovendien was appellante op de relevante datum niet in behandeling voor haar psychische klachten.
De medische stukken die appellante in hoger beroep aanvoerde, werden door de bezwaarverzekeringsarts beoordeeld en niet als nieuw bewijs erkend. Hoewel appellante later, per 21 juni 2012, volledig arbeidsongeschikt werd verklaard, betekent dit niet dat de beperkingen op de eerdere datum waren onderschat. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Groningen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.