ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0959

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-5149 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke zaak

Appellant, de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft het hoger beroep ingetrokken tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 augustus 2012. Betrokkene heeft vervolgens verzocht om veroordeling van appellant in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek van betrokkene toegewezen en appellant veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 472,-, conform artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten met toestemming van partijen.

De uitspraak is gedaan door rechter Ch. van Voorst, in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder, en is uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2013.

Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 472,- aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

12/5149 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 augustus 2012, 11/2630 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[A. te B. ] (betrokkene)
Datum uitspraak: 6 februari 2013
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 15 november 2012 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 30 november 2012 heeft mr. S. Broekzitter-Nieuwland namens betrokkene aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan.
De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 472,-- in hoger beroep.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 472,-, te betalen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2013.
(getekend) Ch. van Voorst
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder