ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WIA-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen in een WIA-zaak. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden van het beroep, terwijl dit volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verplicht is.
De gemachtigde van appellant is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om binnen gestelde termijnen de beroepsgronden alsnog in te dienen, maar heeft dit niet gedaan. Pas na het verstrijken van de termijn werden de gronden ontvangen, maar dit was te laat en zonder bewijs van tijdige verzending.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen verontschuldigbare redenen zijn voor dit verzuim en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De zaak wordt zonder inhoudelijke behandeling gesloten en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van beroepsgronden.