ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks betwisting aflossingsbedrag
Appellant werd geconfronteerd met een terugvordering van €41.495 bruto wegens te veel genoten WAO-uitkering over de periode 1993-1997. Het UWV stelde vast dat nog €35.069,99 moest worden terugbetaald in maandelijkse termijnen van €481,29. Appellant betwistte dit bedrag en verwees naar een brief van 7 september 2006 waarin een lagere maandelijkse aflossing van €68,34 was afgesproken.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het UWV op grond van artikel 11 van Pro de Regeling betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging boeten en onverschuldigde betalingen aflossingstermijnen kan herzien bij gewijzigde omstandigheden. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat appellant op de hoogte had kunnen zijn van deze mogelijkheid, mede gezien eerdere correspondentie en verzoeken om informatie over zijn financiële situatie.
Verder concludeert de Raad dat voldoende rekening is gehouden met de dieetkosten van appellant en dat het besluit geen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen heeft. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en oordeelt dat het UWV niet gebonden is aan het lagere aflossingsbedrag.