ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum draagkrachtvaststelling bij studieschuld en weigering hardheidsclausule
Appellant heeft verzocht om een draagkrachtmeting voor zijn studieschuld over 2010, waarbij hij stelde dat de ingangsdatum van de draagkrachtvaststelling op 1 januari 2010 moest worden vastgesteld. De Minister stelde de draagkracht vast met ingang van 1 juni 2010, omdat het verzoek pas op 16 mei 2010 was ingediend.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de Minister de ingangsdatum juist had vastgesteld conform artikel 10a.7, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). Ook was geen sprake van omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij op basis van telefonisch contact met de DUO mocht vertrouwen op coulance en dat de vastgestelde termijnbedragen disproportioneel waren. De Raad oordeelde dat appellant dit niet met bewijs had onderbouwd en dat hij de mogelijkheid tot tijdige draagkrachtmeting niet ten volle had benut.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De ingangsdatum van de draagkrachtvaststelling is vastgesteld op 1 juni 2010 en het beroep tegen het niet toepassen van de hardheidsclausule wordt afgewezen.