ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens meerinkomen uit eigen bijverdiensten onder Wsf 2000
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin een vordering werd vastgesteld wegens teveel aan eigen bijverdiensten onder toepassing van artikel 3.17 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het besluit van de Minister.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er geen sprake was van meerinkomen en dat onder meer de premies volksverzekeringen in mindering moesten worden gebracht op het toetsingsinkomen. Tevens betwistte appellant dat een bedrag van € 554,- aan stagevergoeding als loon moest worden beschouwd.
De Raad stelde vast dat de Minister het toetsingsinkomen juist had vastgesteld op basis van gegevens van de Belastingdienst. De stagevergoeding was als loon verantwoord en er was loonheffing ingehouden. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat het bedrag onbelast was betaald. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vordering wegens meerinkomen wordt bevestigd.