ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende deelname aan arbeidsinschakelingstraject
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd door het college van burgemeester en wethouders van Groningen aangemeld voor arbeidsinschakelingstrajecten. Op 11 augustus 2010 meldde appellant zich bij het traject Groningen@Work maar vertrok voortijdig vanwege een moskeebezoek in verband met Ramadan, zonder de consulent af te wachten. Het college gaf hem daarop een waarschuwing wegens onvoldoende deelname.
Vervolgens werd appellant aangemeld voor het traject Springplank. Hoewel hij op tijd verscheen, weigerde hij werkzaamheden te verrichten en vertrok zonder overleg. Het college legde daarom een maatregel op waarbij de bijstand met 50% werd verlaagd gedurende een maand. Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar het college verklaarde deze ongegrond.
De rechtbank Groningen oordeelde dat appellant verwijtbaar niet had deelgenomen aan de trajecten en dat het college terecht de waarschuwing en maatregel had opgelegd. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel had deelgenomen aan Groningen@Work en dat de maatregel daarom onterecht was. De Raad onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt de verlaging van de bijstand met 50% gedurende een maand wegens onvoldoende deelname aan arbeidsinschakelingstrajecten.