ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oordeel ongeschiktheid appellant voor functie hoofd technische dienst aan boord fregat
Appellant werd per 26 januari 2009 aangesteld als ondergeschikt hoofd technische dienst (OGHTD) aan boord van een fregat, met het oog op vervanging van de hoofd technische dienst (HTD). In een gespreksnotitie van 27 februari 2009 werd vastgelegd dat appellant in aanmerking kon komen voor de functie van HTD, waarna op of omstreeks 26 juli 2009 een beoordeling zou plaatsvinden.
Op 15 mei 2009 stelde de commandant een rapportage op waarin werd geconcludeerd dat appellant nog niet geschikt was om de functie van HTD volledig en adequaat te vervullen. Dit rapport werd bij besluit van 3 februari 2010 als ambtsbericht aangemerkt. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd bij besluit van 27 augustus 2010 ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn beroepsgronden, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat appellant vanaf het begin duidelijk was dat hij zich moest bewijzen in de functie van HTD, ondanks zijn formele aanstelling als OGHTD. Het oordeel dat appellant nog niet geschikt was voor de functie van HTD werd met voldoende concrete voorbeelden onderbouwd, waaronder onvoldoende handelend en besluitvaardig optreden, wat leidde tot onvoldoende scheepsbrede coördinatie van calamiteitenbestrijding.
De Raad concludeerde dat appellant een ongebruikelijke kans had gekregen en dat de verkorte termijn van beoordeling objectief was gerechtvaardigd. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit dat appellant niet geschikt is voor de functie van hoofd technische dienst wordt bevestigd.