ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1924
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking WUV-uitkering
Appellante, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), kreeg haar periodieke uitkering en huishoudelijke hulpvergoeding ingetrokken per 1 september 2011. Dit omdat aanspraken op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) voor haar financieel gunstiger waren.
Het bezwaar tegen deze intrekking werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het ingediende bezwaarschrift geen gronden bevatte. Ondanks verzoeken van verweerder aan appellante of haar gemachtigde om de gronden alsnog in te dienen, is dit niet gebeurd en waren er geen verontschuldigbare redenen voor het verzuim.
De Raad overweegt dat het bezwaarschrift volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gronden moet bevatten en dat niet-ontvankelijkheid kan worden verklaard indien dit niet gebeurt, mits de mogelijkheid tot herstel is geboden. Omdat appellante hier niet aan voldeed, is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 21 februari 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen intrekking van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.