ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet voldane wachttijd en remigratie
Appellant verzocht het UWV om een WAO-uitkering naar aanleiding van arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees het verzoek af omdat appellant na ziekmelding niet 52 weken ononderbroken arbeidsongeschikt was en de eventuele latere arbeidsongeschiktheid na remigratie niet onder de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving viel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij ononderbroken arbeidsongeschikt was en na remigratie niet meer in Nederland in dienstverband werkte.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij Nederland had verlaten vanwege geldgebrek en psychische ziekte en nog steeds arbeidsongeschikt was. De Raad oordeelde echter dat het UWV toereikend medisch onderzoek had verricht en dat appellant het risico droeg dat zijn gezondheidstoestand niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld vanwege het tijdsverloop.
De Raad wees ook op het feit dat appellant definitief uit Nederland was vertrokken en daardoor niet meer verzekerd was voor de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet na afloop van de uitlooptermijn. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.