ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij per 5 mei 2008 geen recht had op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Het UWV baseerde dit op verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het deskundigenrapport van W. Eland, een zenuwarts-psychiater, als doorslaggevend beschouwde. Deze deskundige onderschreef het standpunt van het UWV en vond geen noodzaak voor een urenrestrictie.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar gezondheid te optimistisch was ingeschat en dat de rechtbank het rapport van een eerdere psychiater, Y. Güzelcan, had moeten volgen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank terecht het rapport van Eland volgde, omdat dit rapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent was. De Raad vond geen voldoende gemotiveerde betwisting van de juistheid van het rapport van Eland.
Verder concludeerde de Raad dat appellante niet als een medische afzakker kon worden beschouwd en dat de arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwd waren om te stellen dat haar beperkingen minder dan 35% arbeidsongeschiktheid veroorzaakten. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de gronden betreffende de medische beoordeling.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.