ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verlenging tijdelijke aanstelling wegens onvoldoende functioneren
Appellante was tijdelijk aangesteld voor de periode van 1 december 2009 tot 1 december 2010. Het college besloot de aanstelling niet te verlengen omdat appellante haar functie niet volledig uitvoerde en op onderdelen onvoldoende functioneerde. Er waren gesprekken en werkafspraken gemaakt, maar het college had geen vertrouwen dat zij binnen afzienbare tijd op het vereiste niveau zou functioneren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet-verlengingsbesluit ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat sprake was van een aanstelling op proef en dat zij geen reële verbeterkans had gekregen. De Raad oordeelde dat het ging om een tijdelijke aanstelling voor bepaalde tijd, niet om een proefaanstelling, en dat het college niet verplicht was de aanstelling te verlengen.
Verder bleek uit functioneringsgesprekken dat appellante onvoldoende functioneerde en door afwezigheid een groot deel van de beoordelingsperiode niet volledig werkte. Het college mocht daarom afzien van het 10-maandsgesprek en het besluit tot niet-verlenging handhaven. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot niet-verlenging van de tijdelijke aanstelling wegens onvoldoende functioneren.