ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating tot de vrijwillige verzekering voor de AOW
Appellant verzocht op 8 november 2010 om toelating tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW), maar dit verzoek werd door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) afgewezen omdat de verplichte verzekering op 1 januari 2000 was geëindigd en het verzoek binnen één jaar na dat einde had moeten worden ingediend.
Appellant had in 2000 uitdrukkelijk aangegeven geen gebruik te willen maken van de vrijwillige verzekering. Hij stelde in hoger beroep dat hij destijds vanwege een psychische stoornis niet wilsbekwaam was, maar de rechtbank oordeelde dat uit de medische stukken niet bleek dat hij gedurende het hele jaar 2000 niet in staat was zijn wil te bepalen. Ook was niet gebleken dat hij geen derde kon inschakelen om zijn belangen te behartigen.
De Centrale Raad van Beroep kon zich vinden in de overwegingen van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Het beroep vormde vooral een herhaling van eerdere argumenten en bracht geen nieuwe inzichten die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de vrijwillige AOW-verzekering wordt afgewezen wegens termijnoverschrijding en onvoldoende bewijs van wilsonbekwaamheid.