ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2435

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12-1401 Wajong
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.W.J. Schoor
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling geschiktheid voorgehouden functies bij weigering Wajong-uitkering

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem die het bezwaarbesluit van het UWV inzake weigering van een Wajong-uitkering vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet. De rechtbank had een onafhankelijk psychiatrisch rapport laten opstellen dat extra beperkingen vaststelde, welke door de bezwaarverzekeringsarts werden verwerkt in een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).

De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat de voorgehouden functies, ondanks de aangescherpte beperkingen, geschikt zijn voor appellante. Appellante voerde aan dat de functies ongeschikt zijn vanwege haar persoonlijkheidsstructuur, de mannencultuur in de schroothandel en haar beperkte sociale vaardigheden.

De Raad oordeelt dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat de functies geschikt zijn, omdat het gaat om eenvoudige, voorgestructureerde werkzaamheden met een eigen afgebakende deeltaak en beperkte sociale interactie. De door appellante aangevoerde bezwaren zijn niet relevant voor de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling volgens de Wajong.

Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; de weigering van de Wajong-uitkering blijft gehandhaafd.

Uitspraak

12/1401 Wajong
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 31 januari 2012, 10/132 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 27 februari 2013.
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. P.L.O. van de Waarsenburg, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2013. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.M.J.E. Budel.
OVERWEGINGEN
1. Bij besluit op bezwaar van 30 november 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv zijn eerdere besluit waarbij hij heeft geweigerd om aan appellante een uitkering ingevolge de toen geldende Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toe te kennen per 11 juli 2008, gehandhaafd.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Daarbij heeft zij tevens bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. De rechtbank heeft aanleiding gezien om N.J. de Mooij, psychiater, in te schakelen als onafhankelijk deskundige. De Mooij heeft vervolgens een psychiatrisch rapport, gedateerd 24 juli 2011, uitgebracht aan de rechtbank. Hierin heeft hij aangegeven dat bij appellante op 11 juni 2008 (lees: 11 juli 2008) sprake was van depressieve klachten secundair aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met narcistische afweer, met daarnaast verslavingsproblematiek. Hij heeft voorts geconcludeerd dat hij zich niet kan verenigen met de door de verzekeringsarts in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangegeven beperkingen van appellante op 11 juli 2008 ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren en heeft verdergaande beperkingen vermeld. Naar aanleiding van dit rapport heeft de bezwaarverzekeringsarts de door De Mooij gestelde diagnose en conclusie overgenomen en de door De Mooij gestelde aanvullende beperkingen verwerkt in de aangepaste FML van 18 augustus 2011. Vervolgens heeft de bezwaararbeidsdeskundige onderzocht of de voorgehouden functies op grond van de aangepaste FML nog geschikt zijn te achten voor appellante en bij rapportage van 23 augustus 2011 geconcludeerd dat dit het geval was. De rechtbank heeft overwogen dat het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens een motiveringsgebrek nu pas in beroep door het Uwv de FML is aangepast en verdergaande beperkingen zijn aangenomen. Vervolgens heeft de rechtbank overwogen dat afdoende is toegelicht door de bezwaararbeidsdeskundige dat de voorgehouden functies ook na aanpassing van de FML de belastbaarheid van appellante niet overschrijden. Nu op basis van de voorgehouden functies geen sprake was van verlies van verdienvermogen op de datum in geding, is terecht een Wajonguitkering geweigerd en heeft de rechtbank aanleiding gezien om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit geheel in stand te laten.
3. Het hoger beroep van appellante is uitsluitend gericht tegen de overwegingen van de rechtbank ten aanzien van de geschiktheid van de voorgehouden functies voor appellante. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat de functie metaalsorteerder machinaal in een groothandel in metaalschroot ongeschikt voor haar is wegens haar persoonlijkheidsstructuur en haar uiterlijk, die niet passen in de in deze branche heersende mannencultuur. In de functies van productiemedewerker afwerk en productiemedewerker inpak wordt met collega’s gewerkt aan de lopende band in een productiebedrijf. Deze functies zijn evenmin geschikt omdat zij niet kan omgaan met stress en niet (goed) met collega’s overweg kan.
4.1. Nu de medische beoordeling in hoger beroep niet langer in geschil, is dient de Raad uitsluitend te beoordelen of de rechtbank terecht heeft overwogen dat de voorgehouden functies geschikt zijn te achten voor appellante en of de rechtbank om die reden terecht de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand heeft gelaten. Hiertoe overweegt de Raad het volgende.
4.2. De arbeidsdeskundige heeft bij rapportage van 23 november 2009 een toelichting gegeven op de geschiktheid van de functies op basis van de oorspronkelijke FML van 23 juni 2009. De door De Mooij aangegeven extra beperkingen ten aanzien van inzicht in eigen kunnen, hanteren van emotionele problemen van anderen, eigen gevoelens uiten en overige beperkingen in dagelijks sociaal functioneren zoals zich moeilijk aan anderen kunnen hechten, regelmatig onbetrouwbaar zijn, gebrekkige gewetensfunctie, neiging tot externaliseren, zich snel slachtoffer voelen en snel conflicten maken zijn door de bezwaarverzekeringsarts opgenomen in de aangescherpte FML van 18 augustus 2011. De bezwaararbeidsdeskundige heeft bij rapportage van 23 augustus 2011, op basis van een nieuwe CBBS-uitdraai, toegelicht dat de voorgehouden functies, uitgaande van de aangescherpte FML van 18 augustus 2011, nog steeds geschikt zijn voor appellante omdat het voorgestructureerde, eenvoudige werkzaamheden betreft met een eigen, afgebakende deeltaak waarbij geen sprake is van het zich moeten hechten aan patiënten of van een hechte vertrouwensrelatie.
4.3. Terecht heeft de rechtbank overwogen dat bij deze rapportages afdoende is toegelicht dat de voorgehouden functies geschikt zijn te achten voor appellante. De in hoger beroep aangevoerde gronden geven de Raad geen aanleiding tot een ander oordeel. In verband met de persoonlijkheidsstructuur van appellante zijn beperkingen opgenomen in de FML. Op fysiek gebied was er geen medische grond voor het aannemen van beperkingen en appellante wordt dan ook geschikt geacht voor werkzaamheden met een normale fysieke belasting. Door de bezwaararbeidsdeskundige is afdoende onderbouwd dat appellante met haar beperkte belastbaarheid, zoals neergelegd in de FML, in staat moet worden geacht om de voorgehouden productiefuncties uit te oefenen. Het argument van appellante dat zij niet past in de mannencultuur van de schroothandel is niet relevant in het kader van een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling ingevolge de Wajong. In de functies productiemedewerker inpak en afwerk wordt samengewerkt met collega’s maar het betreft samenwerken met een eigen afgebakende deeltaak. Het samenwerken bestaat met name uit kort overleg/afstemming over het rouleren. De (bezwaar)verzekeringsarts heeft vastgesteld dat appellante kan samenwerken, mits zij een eigen afbakende deeltaak heeft, daarom zijn de functies ook op dit punt geschikt. In deze functies is geen sprake van veelvuldige deadlines of productiepieken, een hoog handelingstempo of andere belasting die de belastbaarheid van appellante ten aanzien van stress overschrijdt.
4.4. Gelet op de overwegingen 4.1 tot en met 4.4 slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, te worden bevestigd.
4.5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2013.
(getekend) C.W.J. Schoor
(getekend) Z. Karekezi
QH