ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ernstig verstoorde arbeidsverhouding tussen ambtenaar en algemeen bestuur
Appellante werkte sinds 2001 bij de Milieudienst Kop van Noord-Holland en kreeg in 2007 een negatieve beoordeling, wat leidde tot een langdurige en gespannen correspondentie met haar leidinggevende, secretaris-directeur [B.]. Ondanks een verbetertraject met een externe coach, dat zij niet actief ondersteunde, verslechterde de relatie verder. Het algemeen bestuur zag geen mogelijkheid tot herstel en besloot tot ontslag op grond van artikel 8:8 CAR Pro/UWO.
De rechtbank oordeelde dat de verhouding ernstig verstoord was en vernietigde het ontslagbesluit deels, met de opdracht tot een nieuwe ontslagregeling. In hoger beroep betwistte appellante het oordeel over haar houding en de verstoorde relatie, maar de Raad onderschreef de rechtbank en stelde vast dat herstel niet mogelijk was. De Raad vond dat het algemeen bestuur bevoegd was tot ontslag en dat de reorganisatie geen invloed had op deze beoordeling.
De Raad beoordeelde ook de ontslagregeling en concludeerde dat het bestuur niet overwegend schuldig was aan de verstoorde verhouding. De toegekende bedragen voor pensioenschade en re-integratie waren passend, en het beroep tegen het nader besluit werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens een ernstig en onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding wordt bevestigd en het beroep tegen de ontslagregeling wordt ongegrond verklaard.