ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid als klasse-assistente
Appellante, werkzaam als klasse-assistente, werd ziek gemeld en ontving een Ziektewetuitkering. Na onderzoek door een verzekeringsarts op 21 maart 2011 werd vastgesteld dat haar gezondheidstoestand niet was veranderd en zij geschikt bleef voor haar arbeid. Ook psychisch werden geen objectieve belemmeringen gevonden die werkhervatting in de weg stonden.
Het UWV beëindigde de uitkering per 22 maart 2011 en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit na zorgvuldige beoordeling van medische informatie, waaronder gegevens van de huisarts en verzekeringsarts.
In hoger beroep stelde appellante dat haar lichamelijke en psychische klachten ernstiger waren dan aangenomen. De Raad oordeelde echter dat de klachten wel reëel waren, maar niet zodanig ernstig dat zij ongeschikt was voor werk. Brieven van de Riagg Rijnmond gaven geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er waren geen gronden voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst op 6 maart 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.