ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens herstel arbeidsgeschiktheid
Appellant ontving sinds 2007 een arbeidsongeschiktheidsuitkering en werkte vanaf 2008 als kraanmachinist tot maart 2010, waarna hij wegens rugklachten uitviel. Het UWV beëindigde per 14 oktober 2010 de Ziektewet-uitkering omdat appellant niet meer arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege het ontbreken van een noodzakelijk arbeidskundig onderzoek in de bezwaarprocedure. Het UWV liet dit onderzoek alsnog uitvoeren, waaruit bleek dat appellant zijn werk als kraanmachinist kon verrichten binnen de beperkingen van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat appellant geen overtuigend bewijs heeft geleverd om het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts te betwisten. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 maart 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellant niet meer arbeidsongeschikt is.