ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante was sinds oktober 2007 arbeidsongeschikt verklaard vanwege rugklachten en ontving vanaf oktober 2009 geen WIA-uitkering omdat zij werd geacht minder dan 35% arbeidsongeschikt te zijn. Op 6 april 2010 meldde zij zich ziek vanuit een WW-uitkering en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend.
Het UWV beëindigde de Ziektewetuitkering per 23 oktober 2010 na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts die concludeerden dat appellante niet langer ongeschikt was voor werk. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het UWV en later ook door de rechtbank Rotterdam.
Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte een medisch stuk niet in ontvangst had genomen, maar de Raad oordeelde dat dit stuk te laat was ingediend en dat de rechtbank daarmee niet in strijd handelde met de procesorde. Er waren geen nieuwe medische gegevens die de eerdere bevindingen ondermijnden. Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens voldoende zorgvuldige medische beoordeling.