ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid bevestigd
Appellant, werkzaam als medewerker bij een Turkse krant, meldde zich op 7 maart 2011 ziek vanuit een uitkeringssituatie en ontving een Ziektewet-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde deze uitkering per 29 september 2011 omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door het Uwv ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel, waarbij zij het medisch onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts als zorgvuldig en verantwoord beoordeelde. Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in die het oordeel konden weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het Uwv dat appellant op de datum in kwestie niet arbeidsongeschikt was. Er is geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen, en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 29 september 2011 wordt bevestigd omdat appellant niet arbeidsongeschikt is.