ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3467

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12-3040 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid bevestigd

Appellant, werkzaam als medewerker bij een Turkse krant, meldde zich op 7 maart 2011 ziek vanuit een uitkeringssituatie en ontving een Ziektewet-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde deze uitkering per 29 september 2011 omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid.

Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door het Uwv ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel, waarbij zij het medisch onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts als zorgvuldig en verantwoord beoordeelde. Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in die het oordeel konden weerleggen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het Uwv dat appellant op de datum in kwestie niet arbeidsongeschikt was. Er is geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen, en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 29 september 2011 wordt bevestigd omdat appellant niet arbeidsongeschikt is.

Uitspraak

12/3040 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
19 april 2012, 11/5349 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 6 maart 2013.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R. Haze, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Haze. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.M. Huijzer.
OVERWEGINGEN
1. Appellant, die werkzaam is geweest als medewerker bij een Turkse krant, heeft zich op 7 maart 2011 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet ziek gemeld. Naar aanleiding hiervan is aan hem uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.
2. Bij besluit van 22 september 2011 heeft het Uwv de ZW-uitkering met ingang van 29 september 2011 beëindigd, omdat appellant op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid.
3. Bij besluit van 27 oktober 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 22 september 2011 ongegrond verklaard.
4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij beslissende betekenis toegekend aan een door de bezwaarverzekeringsarts uitgebracht rapport. Gelet op de wijze waarop de bezwaarverzekeringsarts zijn conclusie heeft onderbouwd - op basis van dossierstudie, de bevindingen van de verzekeringsarts, de door appellant al eerder ingebrachte brief van zijn huisarts van 27 april 2010, de hoorzitting en het eigen onderzoek -was de rechtbank van oordeel dat het medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsartsen voldoende zorgvuldig is geweest. De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat appellant geen medische informatie heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij per 29 september 2011 meer beperkingen ondervond dan door de bezwaarverzekeringsarts is aangenomen.
5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
5.1. Hetgeen appellant heeft aangevoerd is geen reden om van het oordeel van de rechtbank, neergelegd in de aangevallen uitspraak, af te wijken en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen niet te onderschrijven. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hebben een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de gezondheidstoestand van appellant ten tijde in geding en, mede gelet op de beschikbare gegevens van de behandelend sector, op verantwoorde wijze geconcludeerd dat appellant op die datum niet buiten staat was zijn werk te verrichten. De Raad onderschrijft in dit verband hetgeen het Uwv bij verweerschrift heeft aangevoerd. Appellant heeft geen medische gegevens ingebracht die reden vormen om de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts in twijfel te trekken.
5.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. Er is geen grond voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2013.
(getekend) Ch. van Voorst
(getekend) D.E.P.M. Bary
TM