ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3494
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding fysiotherapie wegens ontbreken oorzakelijk verband met oorlogsinvaliditeit
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van blijvende psychische invaliditeit, verzocht om vergoeding voor fysiotherapie. Deze aanvraag werd door de Sociale verzekeringsbank afgewezen omdat de fysiotherapie was voorgeschreven vanwege degeneratieve aandoeningen zoals arthrose, die niet in verband staan met de oorlogservaringen van appellant.
De Raad baseerde zich op medische adviezen en eerdere beoordelingen waarin gewrichts- en evenwichtsstoornissen als niet oorzakelijk verbonden met de oorlogsinvaliditeit werden aangemerkt. Appellant bracht geen nieuwe gegevens aan die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad concludeerde dat op grond van artikel 32 van Pro de Wubo alleen kosten vergoed kunnen worden die noodzakelijk zijn vanwege de oorlogsinvaliditeit. Omdat dit verband ontbrak, werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van vergoeding voor fysiotherapie wordt ongegrond verklaard.