ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3495
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke hulp op grond van Wubo wegens onvoldoende causaliteit
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met psychische en rugklachten in causaal verband met oorlogsgeweld, verzocht om uitbreiding van huishoudelijke hulp van één naar twee dagdelen per week. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen en na bezwaar gehandhaafd. Appellant vroeg vervolgens herziening van het eerdere besluit op grond van artikel 61 Wubo Pro, wat eveneens werd afgewezen.
De Raad overwoog dat het beleid maximaal twintig uur huishoudelijke hulp per week toestaat voor gehuwde of samenwonende Wubo-gerechtigden, waarbij meer dan twaalf uur alleen wordt toegekend indien men om causale redenen niet in staat is tot maaltijdbereiding. Appellants echtgenote ontvangt reeds twee dagdelen hulp, waardoor zijn verzoek om uitbreiding leidt tot meer dan twaalf uur gezamenlijke hulp.
De Raad bevestigde dat appellant beperkingen ondervindt bij maaltijdbereiding, maar dat deze niet in causaal verband staan met het oorlogsletsel. Het beroep biedt onvoldoende aanknopingspunten om dit medische oordeel te betwijfelen. De Raad concludeerde dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor uitbreiding en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.