ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen waardering arbeidsongeschiktheid op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellant, geboren in 1943 in het toenmalig Nederlands-Indië, heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR) waarin een invaliditeitsuitkering werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 20%, resulterend in een uitkeringspercentage van 10%. Hij stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid hoger moest worden vastgesteld en verwees naar zowel psychische klachten als lichamelijk letsel (astmatische bronchitis) als gevolg van de oorlogsjaren.
De Raad baseerde zich op het medisch rapport van de geneeskundig adviseur, die concludeerde dat de psychische klachten voor het grootste deel niet oorlogsgerelateerd zijn en dat de longklachten te wijten zijn aan klimatologische omstandigheden en een constitutionele aandoening. Hierdoor werd het arbeidsongeschiktheidspercentage op 20% vastgesteld. De Raad vond het bestreden besluit deugdelijk voorbereid en gemotiveerd en zag geen aanleiding om aan de medische beoordeling te twijfelen, mede omdat appellant geen aanvullende medische gegevens had overgelegd.
De Raad benadrukte dat de AOR uitsluitend de mate van arbeidsongeschiktheid als gevolg van oorlogservaringen beoordeelt en geen rekening houdt met gemiste carrièrekansen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot toekenning van een invaliditeitsuitkering van 10% blijft in stand.