ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Herziening inschaling ambtenaar wegens onjuiste weging WAO-uitkering en ervaring
Appellante, sinds 1989 werkzaam bij de politie, werd in 2010 herplaatst in een lagere salarisschaal (schaal 4, trede 1) vanwege haar arbeidsongeschiktheid en WAO-uitkering. De korpschef baseerde de inschaling uitsluitend op de hoogte van haar WAO-uitkering, met als doel het bruto inkomen gelijk te houden. De bezwaaradviescommissie en rechtbank onderschreven deze redenering.
In hoger beroep stelde appellante dat haar jarenlange ervaring en kwaliteiten onvoldoende zijn meegewogen en dat de inschaling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. De Raad oordeelt dat de korpschef een onjuist criterium heeft gehanteerd door de WAO-uitkering als basis te nemen en dat uitsluitend relevante arbeidsgegevens zoals opleiding en ervaring meegewogen moeten worden.
De Raad constateert dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de inschaling niet gebaseerd was op de arbeidsongeschiktheid. Ook de door de korpschef aangevoerde redenen als beperkte belastbaarheid en gebrek aan administratieve ervaring zijn onvoldoende onderbouwd. De Raad beveelt herstel van het besluit en een herbeoordeling van de salarisanciënniteit op basis van werkervaring en kwaliteiten.
Het bestreden besluit voldoet niet aan de motiveringsvereisten van de Algemene wet bestuursrecht en wordt vernietigd. De korpschef wordt opgedragen binnen zes weken het gebrek te herstellen en een nieuw besluit te nemen dat recht doet aan de relevante criteria.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de korpschef wordt opgedragen het besluit te herstellen met inachtneming van werkervaring en kwaliteiten.