ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering nabestaandenuitkering en aflossingscapaciteit
Appellante werd geconfronteerd met een terugvordering van €29.761,73 wegens te veel betaalde nabestaandenuitkering over de periode oktober 2005 tot en met januari 2008. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde de aflossingscapaciteit van appellante vast op €354,20 per maand, rekening houdend met haar financiële lasten en het inkomen van haar echtgenoot sinds hun huwelijk in juli 2008.
Appellante voerde bezwaar aan tegen de hoogte van het maandbedrag, stellende dat er geen rekening was gehouden met haar jaarlijkse kosten en dat zij slechts €200 per maand kon betalen. De rechtbank oordeelde echter dat de Svb terecht het inkomen van haar echtgenoot had betrokken en dat de extra kosten, waaronder verblijfskosten in Spanje, niet als noodzakelijk konden worden aangemerkt zonder medische verklaring.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar de Raad bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens wees de Raad erop dat de Svb ambtshalve zal beoordelen of verdere terugvordering kan worden afgezien indien appellante vijf jaar volledig aan haar betalingsverplichtingen voldoet. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering met een maandelijkse aflossingscapaciteit van €354,20 bevestigd.