ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens andere ziekteoorzaak
Appellante ontvangt sinds 22 februari 2007 een WAO-uitkering vanwege beperkingen door elleboog-, rug- en knieklachten en hypertensie. Per 1 juli 2009 meldt zij een toename van arbeidsongeschiktheid door het slaapapneusyndroom. Het UWV weigert de uitkering te verhogen omdat de toename niet voortkomt uit dezelfde ziekteoorzaak als de bestaande uitkering, conform artikel 39a WAO.
De rechtbank oordeelde dat de toename van beperkingen een andere oorzaak heeft en dat medische stukken die dit tegendeel bewijzen ontbreken. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het slaapapneusyndroom een objectivering is van reeds bestaande klachten, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen.
De Raad stelt vast dat de WAO-uitkering per 31 mei 2010 is opgehoogd wegens toegenomen beperkingen aan het bewegingsapparaat. De Raad sluit aan bij het oordeel van de rechtbank dat de toename van beperkingen per 1 juli 2009 verband houdt met het slaapapneusyndroom en niet met de oorspronkelijke klachten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering wegens een andere ziekteoorzaak.