ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde toeslag op grond van de Toeslagenwet
Appellante ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet die achteraf te hoog bleek te zijn. Het UWV besloot het teveel betaalde bedrag van € 6.140,41 terug te vorderen en stelde een maandelijkse inhouding vast. Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering en de hoogte van de inhouding, maar dit werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld. Appellante voerde aan dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door niet het netto bedrag terug te vorderen en dat haar psychische beperkingen een dringende reden vormden om de terugvordering te beperken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op grond van artikel 20 van Pro de Toeslagenwet verplicht is het onverschuldigd betaalde bedrag terug te vorderen en dat er geen dringende redenen zijn om hiervan af te wijken. De financiële situatie van appellante was reeds meegenomen bij de vaststelling van de aflossingscapaciteit. De terugvordering van het bruto bedrag is niet onrechtmatig, en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het onverschuldigd betaalde toeslagbedrag door het UWV zonder beperking wegens dringende redenen.