ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij bezoldigingskorting ambtenaar
Appellant, werkzaam bij de dienst SAFIR van het ministerie, viel uit wegens ziekte en kreeg een bezoldigingskorting van 70% over niet-gewerkte uren. Hij maakte bezwaar tegen deze korting, die door de minister werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het besluit wegens schending van het hoor en wederhoor, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat zijn ziekte een beroepsziekte was.
De minister besloot later uit coulance een deel van de ingehouden bedragen te restitueren en handhaafde het oordeel dat er geen sprake was van een beroepsziekte. Appellant stelde dat hij nog belang had bij het hoger beroep om een oordeel over de beroepsziektevraag te verkrijgen.
De Raad oordeelde echter dat het ontbreken van een actueel geschil en het feit dat appellant financieel volledig tegemoet was gekomen, betekende dat het procesbelang ontbrak. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.