ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- K. Wentholt
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van voortzetting WAO-uitkering ondanks werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering niet te herzien en stelde dat hij gedurende de periode 1985 tot 1993 volledig arbeidsgeschikt was, omdat hij feitelijk als vrachtwagenchauffeur had gewerkt. Hij voerde aan dat het UWV onterecht artikel 45 van Pro de WAO toepaste en dat zijn uitkering had moeten worden beëindigd.
De rechtbank had het UWV in de gelegenheid gesteld om nader verzekeringsgeneeskundig onderzoek te verrichten. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde op basis van dossieronderzoek dat de duizeligheidsklachten, die in 1979 reden waren om appellant ongeschikt te achten voor het chauffeurswerk, niet waren verbeterd in de periode tot 1993. Dit onderzoek was zorgvuldig en voldoende gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende medische gegevens had overgelegd om de eerdere arbeidsongeschiktheidsbeoordeling te weerleggen. Het feit dat appellant werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur heeft verricht, betekent niet dat hij daarvoor geschikt was. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV om de WAO-uitkering niet te beëindigen.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 maart 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering van appellant terecht niet is beëindigd vanwege aanhoudende medische klachten.