ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuis- en inrichtingskosten na het verkrijgen van een sociale huurwoning. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden en appellant voldoende inkomen had om te reserveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep met het argument dat hij vanwege schulden niet had kunnen reserveren en dat de verhuizing niet voorzienbaar was.
De Raad overwoog dat verhuis- en inrichtingskosten als incidenteel noodzakelijke kosten gelden die in principe uit het inkomen moeten worden betaald. Appellant ontbrak het niet aan reserveringscapaciteit omdat hij een uitkering ontving die hoger was dan de bijstandsnorm.
Een schuldenlast vormt geen bijzondere omstandigheid in de zin van de WWB. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.